Wat verandert er aan de militaire helikoptervluchten?

    0
    107

    Chinook (website Defensie)

    Vanwege de toestand in de wereld willen Europa, en ook Nederland, de militaire slagkracht weer omhoog brengen. Daarvoor is meerinfrastructuur en  ruimte nodig en die zoekt Defensie met het Nationaal Programma Ruimte voor Defensie (NPRD).
    In mei 2025 is het ontwerp-NPRD uitgebracht, met bijbehorende PlanMER (Defensie is overigens niet verplicht om een PlanMER te maken). Zoals gebruikelijk in Nederland, geeft de onafhankelijke Commissie MER (CieMER) daarover zijn kritische mening., en wel op 28 oktober 2025.
    Dit artikel is geschreven vanwege de CieMER

    Het  Ontwerp-NPRD is een flink pak dikke documenten waarin van alles aan de orde komt, zoals de plaatsing van de F35, kazernes, aanpassingen aan vliegvelden (ook Eindhoven), enz. Teveel om in een overzichtelijk stuk te behappen.
    BVM2-bestuurder Bernard Gerard heeft er twee militaire behoeftes nader onderzocht, nl behoefte XI (laagvlieggebieden voor helikopters) en XII (landingsplaatsen voor helikopters), een en ander beperkt tot NBrabant. Dit vooral omdat hier nog maar weinig de aandacht op is bevestigd. Wie dat verhaal wil zien, kan terecht op https://www.bjmgerard.nl/laagvliegende-en-landende-legerhelikopters-in-nbrabant/ .

    Perkt men dit Brabantbrede helikopterverhaal verder in tot Eindhoven en omgeving, dan verschijnen er twee onderwerpen in beeld.

    De ene is de Oirschotse Heide, waar in het voorstel jaarlijks 500 laagvliegbewegingen toegestaan worden en 8500 helikopterlandingen. Het lijkt er (impliciet) op dat het nieuwe aantal gelijk is aan het oude, maar dat staat niet met zoveel woorden in de tekst. Die helikopters komen aangevlogen vanuit Gilze-Rijen.
    Er lijkt dus aan dit specifieke aandachtspunt  niet veel te veranderen, waarbij wel gemeld moet worden dat de CieMER een stuk kritischer naar de geluid- , milieu- en klimaataspecten kijkt dan Defensie.

    Apache-helikopter op ’tree top’- niveau

    Het andere is de aanleg ven een nieuw laagvlieggebied voor helikopters. ‘Laag’ betekent onder de 45m, tot zo laag als de opdracht vereist en het terrein toestaat. Dat mag in een laagvlieggebied als er voldoende afstand wordt gehouden (600m) tot aaneengesloten  bebouwing.
    Er ligt al een laagvlieggebied (geheten N1, zie de kaart) van grofweg de Grote Peel tot de Maas, onder het spoor tot ter hoogte van Weert. Defensie wil daar een nieuw laagvlieggebied aan toevoegen (geheten B1, zie de kaart), ruwweg begrensd door de A67, het spoor naar Weert, een bufferstrook ten Noorden van Weert, en het bestaande gebied B1. In B1 en N1 zijn 125 jaarlijks laagvliegbewegingen toegestaan, zodat het aantal laagvliegbewegingen ten oosten van het spoor naar Weert verdubbelt (van 125 naar 250), inclusief dus het aantal helikopters onderweg van en naar Gilze-Rijen. Onderweg vliegen ze dus niet laag, maar meestal ook niet heel erg hoog (buiten aaneengesloten bebouwing mag dat in principe iets boven de 45m zijn).
    Men kan er over twisten of het gebied ten oosten van het spoor naar Weert tot het werkgebied van BVM2 behoort, maar de af- en aanvliegende helikopters komen, hoe dan ook, door het ’territorium’ van BVM2.

    BVM2 voegt zich als belangenorganisatie naar op een hoger niveau genomen Defensiebesluiten, maar wil ondertussen wel graag zeggenschap op de manier waarop een en ander in praktijk wordt gebracht. Bijvoorbeeld over milieumaatregelen op de Oirschotse Heide en ligging en hoogte van de aan- en afvoerroute.
    Misschien iets voor in het LEO.