Luchthaven Eindhoven grootste UFS-lozer in Noord-Brabant

    0
    211

    UFS-uitstoot in NBrabant in 2024 op een 1*1km-raster. De rode streep komt van Eindhoven Airport.

    De provincie Noord-Brabant heeft TNO benaderd om een zo goed mogelijke indruk te krijgen van UltraFijn Stof (UFS, in het Engels UFP)) in NBrabant.
    Specifiek zijn de provincie en TNO uitgekomen op drie onderzoeksvragen:

    1. Stel een emissie-inventarisatie  op van UFS in NBrabant
    2. Bepaal het effect van de maatregelen, die genoemd zijn in het Schone Lucht Akkoord (SLA) dat de provincie in 2020 ondertekend heeft.
      Bepaal ook het effect van andere, in het onderzoek ‘illustratief’ genoemde, maatregelen (‘illustratief’ kun je ook lezen als ‘hypothetisch’)
    3. Versterk voorlichting aan en kennisdeling met de Brabantse gemeenten

    Dat de provincie opdracht gegeven heeft tot deze inventarisatie, valt te prijzen. UFS heeft in elk geval bewezen gezondheidseffecten bij kortdurende, hoge concentraties en mogelijk ook effecten bij langduriger, lagere concentraties. Zie desgewenst https://www.rivm.nl/ultrafijn-stof .
    Omdat er nog te weinig bekend is, bestaan er nog geen grens- of advieswaarden van de WHO en de EU. Wel heeft de WHO de incidentele uitspraak gedaan dat <1000 UFS-deeltjes per cm3 weinig is en > 10.000 veel. (het UFS-meetstation bij het Eindhovense vliegveld aan de kant van de Scherpenering zat in 2024 op ca 12000 deeltjes per cm3 , zie bjmgerard.nl/luchtmetingen-in-zo-brabant-in-2024/ ). Ook zoeken werkgevers en werknemers naar wijsheid als het om nanodeeltjes in de arbeidsomgeving gaat (nanodeeltjes zijn UFS).
    Door de concentraties, indien bekend, te koppelen aan de bevolkingsdichtheid, ontstaat een indruk van de blootstelling van de bevolking. Die is met name groot in stedelijk gebied.
    Kortom, de provincie zoekt terecht kennis in een zich ontwikkelend stuk volksgezondheidsbeleid.

    Het TNO-onderzoek is afgerond op 03 september 2026 en is te vinden op provincie-onderzoekt-uitstoot-ultrafijnstof-noord-brabant/ (alwaar ook een reactie namens de provincie).

    Het woord ‘indruk’ staat er niet voor niets. Beter dan dat is op dit moment niet mogelijk.
    Een belangrijk gebrek is dat in de inventarisatie alleen de emissies beschreven worden (wat er uit de pijp of de uitlaat komt), en niet de immissies (de concentratie die in de neus komt). Tussen beide zit een vertaalslag in de vorm van verspreidingsberekeningen, waaraan nog gewerkt wordt (ook door TNO). Men zit hier aan het front van de wetenschap en TNO is daarin een toonaangevend instituut. BVM2  beschouwt daarom het resultaat van de studie als robuust, zo lang men niet op een procentje kijkt.

    De inventarisatie is niet, of slechts indirect, gebaseerd op langdurige metingen om de eenvoudige reden dat die landelijk nog nauwelijks bestaan, en in NBrabant nog niet. Wel heeft het Regionaal Meetnet Luchtkwaliteit sinds een paar jaar drie UFS-meters rond het Eindhovense vliegveld staan (welke meters TNO overigens niet noemt, terwijl ze het meetnet zelf helpt runnen).

    Alle cijfers zijn over 2024.

    De luchtvaartcijfers zijn exclusief de militaire. In praktijk komt dat neer grotendeels op Eindhoven Airport – van de kleine vliegtuigjes op Budel, Seppe en Luchthaven Eindhoven ziet men in de cijfers weinig of niets  terug.

    Eindhoven Airport is doorgerekend volgens het LTO-protocol van de ICAO, dat emissies boven de 3000 voet (ca 914 m hoogte) afkapt omdat er niet meer aan te rekenen valt. Die emissies worden niet aan Eindhoven Airport toegerekend, maar verdwijnen in een diffuse atmosferische brij – wat omgekeerd betekent dat Luchthaven Eindhoven een niet-berekenbaar deel mee krijgt van andere luchthavens.

    De inventarisatie (onderzoeksvraag 1)

    UFS-emissies per sector over het jaar 2024 in de provincie NBrabant

    De luchtvaart (in praktijk dus Eindhoven Airport) is veruit de grootste bron van UFS in NBrabant, beduidend meer dan het gezamenlijke Brabantse wegverkeer. Daarna komen, ongeveer ex aequo, industrie, binnenvaart en consumenten (consumenten is in praktijk houtstook).

    Let wel dat de emissies Brabantbreed zijn opgeteld. De concentraties, die het gevolg zijn van de emissies, kunnen lokaal of regionaal sterk verschillen.

    De effectiviteit van de SLA- en illustratieve maatregelen (onderzoeksvraag 2)
    De grootste UFS-bron, de luchtvaart, valt niet onder het Schone Lucht Akkoord (SLA).
    Bij de ‘illustratieve’ maatregelen komt alleen de bijmenging van Sustainable Aviation Fuel (SAF) er significant uit. Als de luchtvaart op Eindhoven Airport in 2030 voldoet aan de EU-eis van 6% SAF-bijmenging, leidt dat tot 1,3% minder UFS. Idem leidt 34% SAF-bijmenging in 2040 tot 7,3% minder UFS-uitstoot.
    Dat komt omdat SAF zwavelvrij is en minder roet produceert.

    Per gemeente (onderzoeksvraag 3)
    Gemeenten, en de provincie, hebben op sommige onderwerpen een zekere handelingsvrijheid, zoals op wegverkeer, industrie en houtstook. Daarnaast (dat vermeldt TNO niet) hebben de provincie, en de gemeente Eindhoven, als minderheidsaandeelhouder een zekere invloed op Eindhoven airport.
    Verlening en handhaving van vergunningen aan bedrijven is uiterst relevant.
    Gemeenten beslissen over wel of geen zero emission-zone en zo ja, hoe en waar en wanneer.
    En gemeenten kunnen proberen iets tegen houtstook te doen, hoe lastig ook.

    Hiervoor is kennis per gemeente nodig. De TNO-studie biedt een begin. De afbeelding hierboven toont de UFS-uitstoot in absolute cijfers, met uiteraard als uitschieter de gemeente Eindhoven op wiens grondgebied Luchthaven Eindhoven ligt.  Maar ook de randgemeenten van het vliegveld Veldhoven en Eersel vallen op, gemeenten waar toch geen uitzonderlijk vervuilende industrie zit, maar die wel beïnvloed worden door de meest gekozen startrichting.

    Moerdijk mag ook geen verrassing heten.

    De TNO-studie toont eveneens de samenstelling van het UFS-aanbod in elke Brabantse gemeente, in de vorm vaneen taartdiagram met boven elke ‘taart’ het absolute aantal deeltjes in 2024 en de rangorde op de lijst.
    Hieronder vier voorbeeldgemeenten.

    In Best en Eersel komt veruit het meeste UFS van het vliegverkeer af. Bij het (niet getoonde) Eindhoven is dat nog sterker het geval (88%) en ook in (niet getoond) Son&Breugel en Bladel is het vliegveld nog goed zichtvaar.
    Een gemeente als Cranendonck geeft vanwege Nyrstar een gemengd beeld.
    In al deze gemeenten is het wegverkeer de eerste of de tweede bron.

    Verdere studie is echter hard nodig, met als grootste prioriteit de vertaalslag naar de concentraties en de blootstelling, en de integratie met metingen.

    En overigens blijft BVM2 van mening dat het vliegveld te groot is voor zijn omgeving.

    =  =  =  = 

    Dit is een ingekorte versie van een verhaal dat in zijn volledigheid te lezen is op https://www.bjmgerard.nl/luchthaven-eindhoven-grootste-ufs-lozer-in-noord-brabant/ .