
Vooraf
De Brabantse Milieu Federatie (BMF) heeft samen met Mobilisation for the Environment (MOB, de club van Vollenbroek) en Vereniging Natuurmonumenten een rechtszaak gewonnen over de stikstofdepositie van Eindhoven Airport. De BMF is ondersteunende organisatie van BVM2.
Na dit ‘vooraf’ volgt een persbericht van de BMF en van MOB over dit onderwerp.
Enige extra uitleg vooraf is hierbij op zijn plaats. Die heeft op deze site ook al plaatsgevonden in het artikel https://bvm2.nl/stikstofproblematiek-blijft-vliegbasis-en-eindhoven-airport-achtervolgen/ .
Er zijn twee verschillende juridische stikstoforicedures.
De oudste procedure gaat over het oordeel van ex-minister Van der Wal, dat Eindhoven Airport geen stikstofvergunning nodig heeft (een ‘positieve weigering’). De eis was daarbij al wel dat de stikstofdepositie door Eindhoven Airport niet verder mocht toenemen. Dit is aangevochten door de hierboven genoemde drie organisaties.
De in het persbericht genoemde winst is behaald in deze, oudste, procedure.
De staatssecretaris krijgt acht weken om te reageren op het handhavingsverzoek, dat genoemde drie organisaties ingediend hebben.
Nog voordat de oudste procedure tot een uitspraak geleid had (nl januari 2026) vroeg Eindhoven Airport opnieuw een natuurvergunning aan. Daartoe voelde het bedrijf zich gedwongen omdat het, ongeacht wat de uitkomst van de oudste procedure zou zijn, men niet aan de randvoorwaarden van die oudste procedure kon voldoen. De stikstofdepositie zou namelijk stijgen, omdat de vliegtuigen zwaarder worden. Dus zelfs als Eindhoven Airport de oudste procedure gewonnen zou hebben (quod non dus), dan nog was er een probleem geweest.
Over deze jongste procedure valt nog niet wat met zekerheid te zeggen.
Zie nu de persberichten.
Persbericht 21 april 2026
BMF en andere natuurorganisaties winnen rechtszaak Eindhoven Airport
Eindhoven Airport en Rotterdam The Hague Airport hebben toch een natuurvergunning nodig, zo blijkt uit de uitspraak van de rechtbank Gelderland. De Brabantse Milieufederatie (BMF), Mobilisation for the Environment en Vereniging Natuurmonumenten spanden samen een rechtszaak aan, omdat deze luchthavens zonder passende natuurvergunning werken.
Inmiddels 6 jaar geleden, in 2020, vroegen Eindhoven Airport en Rotterdam The Hague Airport al nieuwe natuurvergunningen aan. Vanwege de stikstofcrisis kon de minister die vergunningen echter niet verlenen. De BMF en andere natuurorganisaties vroegen het ministerie toen al om actie te ondernemen. De vliegvelden werkten immers zonder vergunning, en daarmee illegaal.
Maar in 2024 besloot de toenmalig minister van stikstof en natuur dat Eindhoven Airport en Rotterdam The Hague Airport zonder natuurvergunning toch mochten werken. Door dit besluit haalt de rechtbank Gelderland nu een streep.
Niet dezelfde activiteit door groei
De beredenering van het ministerie was dat het voldoende was om de vliegvelden maatwerkvoorschriften op te leggen. Hier werd onder andere in vastgesteld wat de bovengrens voor de stikstofuitstoot was. Het ging immers, volgens de overheid, om activiteiten die de vliegvelden al lang uitvoerden, dus was er geen nieuwe natuurvergunning nodig.
De rechtbank Gelderland oordeelt echter dat deze beredenering niet klopt. Eindhoven Airport en The Hague Airport hebben wel degelijk een nieuwe natuurvergunning nodig, met de bijbehorende zogenaamde passende beoordelingen en de additionaliteitstoets. De activiteiten van de vliegvelden zijn immers niet hetzelfde als bij de vorige vergunning: er is sprake van groei en uitbreiding bij beide luchthavens. Dan is er dus geen sprake meer van “één-en-hetzelfde-project”, waar de minister het verlenen van de nieuwe vergunning op baseerde.
Binnen acht weken besluit over handhavingsverzoeken
De huidige staatssecretaris heeft acht weken de tijd gekregen om nieuwe besluiten te nemen over de handhavingsverzoeken die de BMF en andere natuurorganisaties in 2020 al aanvroegen. De vliegvelden werken immers onterecht zonder natuurvergunning en opereren daarmee voor een deel van de vluchten illegaal.
Ook luchthavens moeten rekening houden met natuur
Het is een belangrijke uitspraak. Het laat zien dat óók luchthavens rekening moeten houden met de natuur. Voordat de vliegvelden een nieuwe vergunning krijgen, moet eerst getoetst worden wat de gevolgen zijn voor de natuur en hoeveel stikstofruimte er nodig is voor de luchthavens. Er moet dan onder andere onderbouwt worden waarom de vergunde stikstofruimte niet nodig is voor natuurherstel.
Eindhoven Airport en The Hague Airport staan dus niet boven de wet en moeten werken binnen de stikstofgrenzen. Niet meer dan terecht: alle andere activiteiten, van landbouw tot huizenbouw en festivals, moeten dit immers ook.
Persbericht van Mobilisation for the Environment 16 april 2026
Na Schiphol zijn nu ook de vliegvelden Rotterdam en Eindhoven flink in de problemen gekomen omdat ze zonder natuurvergunning in werking zijn. Nu zijn dus de drie grootste vliegvelden van Nederland illegaal in werking. Voor vliegveld Rotterdam is de oplossing simpel: sluiten. Om vliegveld Eindhoven van een natuurvergunning te voorzien wordt nog heel lastig. Het geknoei van het vorige kabinet met de vergunningsituatie van beide vliegvelden wordt hiermee afgestraft.
Vliegvelden Rotterdam en Eindhoven hebben natuurvergunning nodig
Eindhoven Airport en Rotterdam Airport dienden in 2020 een aanvraag in bij de minister voor een natuurvergunning. Op 17 juni 2024 besloot de minister dat voor de exploitatie van Rotterdam Airport en voor de burgerluchtvaart op Eindhoven Airport geen natuurvergunningen nodig zijn. Wel legde de minister op dezelfde dag maatwerkvoorschriften aan de luchthavens op. In deze maatwerkvoorschriften legde de minister onder meer de bovengrens voor de stikstofuitstoot van de luchthavens vast.
De rechtbank volgt de minister niet in haar standpunt dat de luchthavens geen vergunningen nodig hebben. Gebruik maken van eerder verleende toestemmingen kan alleen als die zijn verleend voor dezelfde activiteiten. Het moet dan om “één-en-hetzelfde project” gaan. De rechtbank oordeelt dat door de groei en uitbreiding luchthavens niet aan deze eis wordt voldaan, zodat er nieuwe natuurvergunningen nodig zijn. Als de staatssecretaris alsnog natuurvergunningen wil verlenen voor de aangevraagde projecten, dan moeten er passende beoordelingen worden opgesteld met een zogenoemde additionaliteitstoets. Dat betekent dat hij de gevolgen voor de natuur in kaart moet brengen én moet uitleggen dat de stikstofruimte die hij vergunt aan de luchthavens, niet nodig is voor herstel van de natuur.
Maatwerkvoorschriften
Ook vernietigt de rechtbank de maatwerkvoorschriften. Volgens de rechtbank was de minister niet bevoegd om deze maatwerkvoorschriften aan de luchthavens op te leggen. Zij had deze bevoegdheid alleen als de activiteiten op de luchthavens niet gereguleerd konden worden met een natuurvergunning, maar dat kan wel.
Handhavingsverzoeken
Wat betreft de handhavingsverzoeken oordeelt de rechtbank dat de minister de belangenafweging niet goed heeft uitgevoerd. Zij wilde niet optreden omdat dat voor de exploitatie van de luchthavens grote financiële en maatschappelijke gevolgen zou hebben. De rechtbank oordeelt dat de minister de betrokken belangen niet goed afwoog. Zij kende in zijn belangenafweging onvoldoende gewicht toe aan het feit dat op het moment van de beslissing op bezwaar inmiddels zo’n 2,5 jaar was verstreken en dat de ontwerpen nog altijd niet definitief waren en ook niet bekend was wanneer de aangevraagde natuurvergunningen zouden worden verleend.
De staatssecretaris moet daarom opnieuw een belangenafweging maken over het wel of niet handhavend optreden tegen de luchthavens. Omdat de besluiten dat geen natuurvergunning is vereist voor de luchthavens door de rechtbank zijn vernietigd, ziet de rechtbank geen mogelijkheden om de zaak geheel af te doen. De rechtbank draagt daarom de staatssecretaris op om binnen acht weken nieuwe besluiten te nemen over de handhavingsverzoeken.
Opnieuw beslissen over weigeringsbesluiten
De rechtbank oordeelt verder dat de staatssecretaris de weigeringsbesluiten – om oudere natuurtoestemmingen van deze luchthavens in te trekken – onvoldoende motiveerde. Dit betekent dat de staatssecretaris ook nieuwe besluiten moet nemen over de verzoeken om de natuurtoestemmingen van deze luchthavens in te trekken.
Voor meer informatie zie hier.

(uit het rapport van Remkes)



