
Met enige zelfspot begon BOW-voorzitter en BVM2-bestuurder ‘dat hij blij was dat hij weer eens college mocht geven’ (hij is emeritushoogleraar natuurkunde). De zelfspot is niet zonder reden, want het gaat om materie die maar weinig mensen rond het vliegveld echt helemaal begrijpen.
Omdat de mensen die dit lezen als regel het college van Kopinga gemist hebben, en omdat de presentatie zonder nadere uitleg moeilijk te volgen is, bij deze wat toelichting van iemand die het min of meer begrijpt. De afbeeldingen komen uit de presentatie en op het eind kan deze worden gedownload.
Het gaat om de 35Ke-contour (in het bovenstaande de gekleurde ‘sigaar’). De begrenzende lijn, en de oppervlakte binnen die lijn, hebben kracht van wet. De hoeveelheid Ke in een punt komt tot stand door volgens bepaalde voorschriften en straffactoren een jaargemiddeld geluid te berekenen, waarna de punten met de waarde 35 met een vloeiende lijn verbonden worden.
Dit principe kan ook worden uitgevoerd met bijvoorbeeld de waarde 20, en dan krijg je een lijn waarbinnen volgens eigen regionale afspraak geen grootschalige woningbouw mogelijk is.
Volgens het nog steeds geldende Luchthavenbesluit (LHB) 2014 mag de gekleurde oppervlakte 10,3km2 zijn.
Sinds 2014 is er echter van alles veranderd, en dat moet meegenomen worden. Het maakt daarbij uit hoe je rekent en hoe je definieert.
Eerst is er de nog steeds voortdurende discussie over het ‘referentiescenario 2019′, oftewel: van welke waarde moet de 30% afgetrokken worden die Van Geel adviseert?
BVM2 vindt dat er 30% van de vergunde 10,3km2 af moet,
Het ministerie rekent met zoiets als een worst case-scenario: uit de groep aan elkaar verwante vliegtuigen kiest I&W de luidruchtigste om mee te rekenen, en laat dat type ook nog eens altijd op vol motorvermogen opstijgen. I&W komt dan op een worst case-waarde van 12,2km2.
Als je met de nieuwste gegevens de reële wereld beschrijft (dus de vliegtuigen die echt op Eindhoven vliegen en als regel niet met vol motorvermogen opstijgen, en dan de 40.500 vliegbewegingen die binnen de vergunning passen) komt Kopinga op 10,4km2 uit. Met andere woorden: als je het feitelijke gedrag verplicht stelt, voldoet Eindhoven Airport ongeveer aan de vergunning.
Maar er bestaat over dit onderwerp nog steeds geen feitelijke, duidelijke einduitsprak, zodat de vraag of je 30% van 12,2km2 aftrekt of van 10,3km2 , nog steeds boven de markt hangt.
Vervolgens moet men de begrippen ‘vlootvernieuwing’ en ‘vlootverzwaring’ uit elkaar houden. Van Geel spreekt alleen over vlootvernieuwing; vlootverzwaring is nieuw sinds Van Geel.

Voor de Airbus:
‘Vlootvernieuwing’ is als de A320 wordt vervangen door de A320NEO.
‘Vlootverzwaring’ is als de A320 wordt vervangen door de A321 (daar kunnen meer mensen in en dat levert meer geld op).
Als de A320 vervangen wordt door de A321NEO, is het beide.
Vlootvernieuwing leidt tot ‘statistisch’ minder herrie, vlootverzwaring leidt statistisch tot meer herrie, maar niet heel veel meer. Als elk vliegtuig dat vernieuwd wordt ook verzwaard wordt, wint de vlootvernieuwing van de vlootverzwaring in de statistische Ke-zin die voor de contour gebruikt wordt.
Bureau TO70 heeft uitgerekend hoe groot de 35Ke-contouroppervlakte zou zijn als de 40.500 vliegbewegingen, die in praktijk nu op Eindhoven Airport mogelijk zijn, volledig (100%) vernieuwd en volledig verzwaard zouden zijn, en komt dan op 6,9km2 . Dat gaat verder dan 30% aftrek en zou zelfs ruimte bieden voor meer vliegbewegingen.
Men kan een schetsmatig overgangsscenario tekenen van 0% vernieuwing naar 100% vernieuwing, uitgaande van zowel 10.4km2 als vanuit 12,2km2 naar de TO70-waarde van 6,9km2. Dat ziet er dan als volgt uit:

Let wel dat op de horizontale as geen jaartallen staan!
Idealiter zou bij de blauwe pijl het jaartal 2030 horen, maar Kopinga acht dat, gezien het trage tempo waarin de vlootvernieuwing verloopt, in praktijk onwaarschijnlijk tot onmogelijk. Wat betekent dat het 30%-doel dan met andere middelen dan alleen de vlootvernieuwing moet worden bereikt.
Een andere discussie is in hoeverre ‘statistische’ winst in Ke leidt tot een winst in subjectieve beleving. Die wordt ook door het aantal geluidspieken bepaald. Vandaar dat BVM2 (daarin gesteund door de provincie en de regio) een dubbel slot wil blijven houden: èn een betere statistische waarde èn een maximum aantal vliegbewegingen.

Tenslotte: wat na 2030?
BVM2 heeft geen zin om in een soort overvalprocedure bekogeld te worden door het ministerie van I&W met extra vliegbewegingen na 2030, zonder duidelijke voorwaarden vooraf. Maar het is wel zo dat 2030 nadert en dat er nagedacht moet worden over wat daarna. Maar we willen daar rustig en degelijk over kunnen praten, en dat vinden de provincie en de regiogemeenten ook.
BVM2 gaat er van uit dat in 2030 de geluidsruimte 70% is van 10,4km2. Als dat bereikt kan worden met vlootvernieuwing en eventueel vlootverzwaring, is dat mooi voor het vliegveld en de luchtvaartmaatschappijen (dan staat in bovenstaand plaatje het jaar 2030 waar de rode lijn de stippellijn kruist). En als dat niet lukt, komt er een ingreep van andere aard waardoor het resultaat hetzelfde is.
Daarna gaat de vlootvernieuwing annex – verzwaring naar alle waarschijnlijkheid door. Vanaf dat moment ontstaat er ruimte voor nieuwe vliegbewegingen . Bij bovengenoemd aannames zou het dan op papier natuurkundig gaan om ca 1900 mogelijke nieuwe vliegbewegingen (in andere scenario’s meer). Maar de vraag is of die volledige ruimte benut moet worden. Daarover zijn nog geen afspraken gemaakt.
BVM2 hanteert hier op dit moment als eerste gedachte dat de nieuwe ruimte voor de helft gevuld mag worden met nieuwe vliegbewegingen, en voor de andere helft met extra krimp van de geluidsruimte.
Die gedachte is overigens niet nieuw: lang geleden, ten tijde van Alders, bestond die afspraak ook.
Maar dit moet dus allemaal nog verder uitgevochten worden.
De presentatie van Kopinga is hieronder te vinden.
Update:
Kort na de bijeenkomst in Knegsel heeft Kopinga dezelfde boodschap, als hierboven weergegeven in sheets, ook nog eens opgeschreven in een lopende tekst. Dat is een flink werkstuk, en vooral geschikt voor mensen die echt het naadje van de kous willen weten. Zir hieronder:





